Sinds enige tijd schildert de Raalter kunstenaar Gerard te Wierik (1956) in hoog tempo schilderijen op groot formaat (122 x 122 cm).
Van huis uit (vanaf 1978) is hij altijd werkzaam geweest op het gebied van de grafische vormgeving en reclame, maar op den duur voelde hij zich gefrustreerd door de beperkende hektiek van het vak waarvan hij in de loop van 2001 voorgoed afscheid nam.
Desondanks is het altijd zoeken naar vorm en beeld, kenmerkend voor zijn huidige werk.
Gerard te Wierik is medeoprichter en lid van Stichting KURRK, een kunstenaarscollectief uit Raalte en omgeving, waarvan de leden zich toeleggen op ondermeer schilderen, poëzie en fotografie.

Te Wierik werkt met acrylverf op paneel. Zeer kleurrijk en veelal in dikke lagen, waardoor de verfstructuur een belangrijke rol speelt. Hij ontleent zijn geschilderde vormen aan organische vormen uit de natuur (klaprozen, tulpen, riet, gras, heide, luchten) en waagt zich aan portretten.
Zelf zegt hij: “schilderen betekent voor mij een uitlaatklep. Het is een verlengstuk van mijn zoeken naar beeld”. Zijn werk kenmerkt zich door een experimentele zoektocht langs impressionisme en abstractie.

Te Wierik exposeerde onlangs (2003-2004) in galerie de Hoven een galerij van portretten van markante Raalter koppen, geschilderd op groot formaat (acrylverf op paneel) in uiterste precisie. Zo waren in de aangename ambiance van De Hoven de portretten te bewonderen van Tante Miene, Kaltie, Ferrie Haarman, Dien koopman, A.M. Hagemeijer, Max Middelbosch, Theo Jacobs e.a. De Hoven, een 17e eeuws dokterspand gelegen pal tegenover de Plaskerk uit 1100, was tot november 2004 tevens zijn atelier. Als hoogtepunt in deze periode kan de aankoop van verschillende portretten door het pensioenfonds PGGM worden gezien. Een enorme erkenning van Te Wieriks schilderkunst. Dit heeft hem nog meer aangespoord om naast het vrije impressionistisch werk zich te specialiseren in het maken van uiterst complexe portretten.

In tegenstelling daarmee schilderde Gerard te Wierik een serie schilderijen met als titel ’t Twieg, gras in winter en voorjaar, riet in de winter, rietpluimen. Dit waren vrijmoedige opvattingen van het landschap, dat hij tamelijk abstract weet te benaderen in een bijna grafische vormgeving. Daarbij hanteert hij een uiterst precieze motoriek, die al schilderend leidt tot een verfstructuur, die het werkstuk bepaalt. In ‘gras’ beleeft men het gesuizel van halmen en in ‘Ramerleveld’ explodeert het gezichtsveld in een fantastische ontploffing van complementaire kleuren.
En daar ligt ook Te Wierik’s sterke kant; de rusteloze observatie, met kracht vertaald in kleur en verfstructuur.

/cv